Het Dagblad van Rijn en Gouwe is op 9 juli 1978 lovend: ‘The Pretty Things kunnen het nog!’. Het Alphense jongerencentrum Midas is de avond ervoor tot de nok gevuld voor het eerste optreden van de band sinds negen jaar. En inderdaad, The Pretty Things knallen als vanouds. Ze zijn daarbij dank verschuldigd aan twee leden van de band Long Way Blues uit Bodegraven, die inspringen. ,,Maar goed ook, want anders had die tent niet lang meer bestaan.”
Op een late decemberdag in 1972 rijdt een Opel Kapitän langzaam over de Julianabrug in Alphen aan den Rijn. Bovenop is met een enkel touw een grafkist bevestigd. Erachter een stuk of twintig jongeren: lang haar, wijd uitlopende broeken. Ze nemen symbolisch afscheid van hun jongerensoos Zappa, die plaats moet maken voor nieuwbouw. Enkele maanden later verrijst iets verderop in Alphen opvolger Midas, een doorstart van een aantal Zappa-leden.
Het gebouw van Midas bestaat uit twee houten keten, aan elkaar gekoppeld door een lange gang. Twee driehoeken steken als kantelen uit het dak. Dick Boerefijn, een van de vroege Midas-bezoekers en later kaartverkoper, barman, penningmeester en programmeur: ,,Het was een oud kerkgebouw dat we van de gemeente mochten gebruiken. De kerkzaal werd onze concertruimte. Daar was een podium van misschien dertig centimeter hoog. Lekker breed, maar heel laag. Hoger kon ook niet. Als je sprong, zat je met je hoofd tegen het plafond.”
Bij Midas heerst in die tijd een gemoedelijke wanorde. ,,We verkochten bier in flesjes, van Becks, die werden gewoon op de grond gegooid. Op een gegeven moment liepen we tijdens die optredens met kruiwagens door de tent om kapotte flesjes op te halen.” Zo ook de avond dat The Pretty Things optreden. Koos Los, in die tijd bestuurslid van Midas: ,,Het is ook vastgelegd op de live-LP: je hoort tussen de nummers door het glas platgetrapt worden.” Het was niet ongevaarlijk, herinnert Dick zich: ,,Je moest stevige schoenen aan hebben, anders leek je wel een fakir. Aan het eind van de avond hadden we containers vol met glas.”
Dat de boel in al die jaren nooit is afgebrand, mag een mirakel heten. ,,Het was geen
doen joh,” zegt Dick, “wat brandveiligheid betreft. Er mochten er officieel driehonderd mensen naar binnen, maar we hadden avonden dat er zes-, zevenhonderd man was. Tot de nokbalken aan toe.” Wat betreft handhaving is het een andere tijd dan nu. ,,Er waren geen regels over het aantal mensen dat naar binnen mocht. Het werd gewoon maar vol geramd.” En dat in een houten keet waar volop wordt gepaft, zonder brandblussers en met tientallen oude bankstellen tegen de muur.
The Pretty Things
The Pretty Things-gitarist Dick Taylor maakt deel uit van de eerste bezetting van The Rolling Stones, als bassist. Voordat ze een plaat opnemen, heeft Taylor de band al verlaten. Met Phil May, die hij op de Londense kunstacademie ontmoet, richt hij in 1963 The Pretty Things. Met hun mix van blues en rock-’n roll – en hun rebelse imago – maken ze naam als de ruigere versie van The Stones. Hun artistieke hoogtepunt beleven ze in 1967 met het album S.F. Sorrow, dat wordt beschouwd als de eerste rock opera – enkele maanden vóór The Who met Tommy. Hoewel dit album ze veel lof van recensenten en collega-muzikanten oplevert, blijft het grote commerciële succes uit.
Het gebouw is in die dagen nog steeds in gebruik als kerk. De afspraak met de gemeente is dat Midas op zaterdagavond om twaalf uur de deuren sluit en start met de schoonmaak, zodat er de volgende ochtend een kerkdienst kan plaatsvinden. Dick: “Dat was een gedoe… Alles moest weer gewoon netjes draaien de volgende dag. Maar ze zaten daar op zondag wel in de dranklucht tijdens de dienst. Die was niet weg te krijgen.”
In de praktijk lukt het niet altijd om op tijd te stoppen. ,,Dan kwam de politie langs. Maar ja, we gingen niet altijd akkoord. Als het echt gezellig was met een band, dan wilden we nog wel even doorgaan.” Zo’n avond is het ook wanneer Herman Brood optreedt. Die heeft eerder op de dag al een show elders gespeeld – en blijft daar voor de gezelligheid wat langer hangen. ,,Wij zaten hier met een uitverkochte tent te wachten. Kwam hij om half twaalf aan. Dus toen even later de agenten op kwamen dagen, zeiden we tegen ze: ‘Als je wilt dat we dicht gaan, prima, ga het dan zelf even aan het publiek uitleggen. Dat deden ze natuurlijk niet, ze keken wel uit. Dus gingen we rustig tot twee uur door.”
Piet Demoet is in die jaren de boeker van Midas. Hij is het ook die in 1978 The Pretty Things naar Alphen weet te halen. Dan al een roemruchte band, die tegen 1978 al langere tijd niet heeft opgetreden. Hoe hij ze precies zo ver heeft gekregen om weer op tour te gaan, is gissen. Demoet overlijdt in 2013.
Dick: ,,Piet kwam veel in Engeland. Dan kreeg hij een uitnodiging van een boekingskantoor om daar een paar dagen heen te gaan, om een stuk of twintig bandjes te zien. En dan moest hij er minimaal een paar boeken, dat was dan de deal.” Op een van die trips weet hij contact te leggen met The Pretty Things.
Wel is het met Piet altijd afwachten of het ook daadwerkelijk allemaal doorgaat, vertelt Dick. ,,Piet was heel makkelijk. Contracten, daar deed ‘ie niet aan, er werd niets getekend. Dan vroeg ik soms: gaat het allemaal nog door, Piet? En dan was het van: ‘ja, ja, tuurlijk’. Maar net zo vaak ging het ook niet door. Daar moest je ook rekening mee houden.”
Het concert van The Pretty Things gaat gelukkig wel door. Ze komen oorspronkelijkvoor drie optredens naar Nederland, maar spelen er anderhalf. Het eerste is in Midas, op 8 juli 1978, de dag erna spelen ze in Venray, in de open lucht. Die show wordt halverwege afgebroken – en ook het derde optreden komt er niet van. Willem van Houten, gitarist en zanger van het voorprogramma Long Way Blues, weet nog precies waar het in Venray mis ging. “De drummer, Skip Alan, had behoorlijk wat drugs gebruikt. Hij speelde op de kit van onze drummer en begon de spullen te slopen en de stokken weg te gooien. Onze drummer pikte dat niet. Toen liep het uit de hand op het podium, zodanig dat het concert werd afgelast.”
The Pretty Things hebben dan al de naam lastige jongens te zijn. Of zoals gitarist Dick Taylor het zelf verwoordt in OOR: “Een Rolling Stone kon je mee naar huis nemen, een Pretty Thing van z’n leven niet.” Dick: “Het gedonder begon al de eerste dag, aan het eind van de middag bij de persconferentie in Hotel Centraal, midden in Alphen. Die jongens waren daarvoor naar Amsterdam gegaan, om wiet en ander spul te halen. Dat was in Alphen niet te koop. Ze kwamen veel te laat aan en die hele persconferentie werd één chaos, want ze hadden al het nodige gebruikt.”
De hele club wordt het hotel uitgezet wanneer ze met een kunstobject van het hotel aan de haal gaan. ,,Op een piano stond een enorme krokodil, een kunstwerk. En één van de bandleden ging er met die krokodil vandoor. Toen had je de poppen aan het dansen, dat waren ze helemaal niet gewend in Alphen, dat soort streken.”
Die avond valt het mee met de rebellie. De Rijn en Gouwe schrijft: ‘Die relletjessfeer van vroeger blijft zaterdagavond nagenoeg achterwege. Begrijpelijk, want de heren zijn ver in de dertig en hun wilde haren zijn ze ook allang kwijt. Alleen drummer Skip Alan sprong na een solo even uit de band, maar was daarna volledig uitgeteld.’
Willem: ,,Die drummer had te diep in het glaasje gekeken, hij klapte gewoon in elkaar. Hij is ook weggegaan toen, maar de rest bleef op het podium staan. Toen zei Phil May, de zanger, tegen mij: haal je drummer erbij. Dat was Leen Kok, die kroop achter het drumstel. En Dick Taylor wees naar mij van: pak je gitaar. Dus dat was puur spontaan.”
En zo maken de ‘jonge broekies uit Bodegraven’, zoals de Rijn en Gouwe de band omschrijft, het concert samen met The Pretty Things af. “Wij konden hun nummers natuurlijk niet zomaar spelen, dus dat werd een soort blues-jamsessie. Dat vonden we helemaal geweldig.” Maar goed ook dat ze inspringen, want het publiek had het niet gepikt als ze gestopt waren. Dick: “Die zaal was uit zijn plaat gegaan. Dan had die tent niet lang meer bestaan.”
De avond van 8 juli 1978 is een van de hoogtepunten in het bestaan van Midas. Maar ook Wishbone Ash, Herman Brood & His Wild Romance en Lucifer spelen er memorabele shows. ,,Midas had in die tijd een goede naam,” vertelt Koos. ,,En je had ook niet zo gek veel in de buurt. Wel in Leiden en Gouda, natuurlijk. En Zwammerdam had Spider voor meer lokale bandjes. Meer was er niet. Dus Midas was wel de place to be voor de wat progressievere muziek.”
Begin jaren tachtig is de rek er wel uit bij het jongerencentrum, vooral financieel. Terwijl het gebouw afbrokkelt, vragen de gemeente en de Belastingdienst om steeds serieuzere verantwoording. Maar van een professionele boekhouding is op z’n zachtst gezegd geen sprake. ,,Het ging allemaal in goed vertrouwen,” vertelt Dick. ,,Op een gegeven moment moesten we gaan verantwoorden hoeveel biertjes we op een avond verkochten. En wat er allemaal in de contracten stond van de artiesten.” Dat past niet helemaal bij de Midas-filosofie: ,,Er was amper een administratie. Bij ons was het gewoon: ze vroegen om een kratje bier, huppakee, weer een kratje op het podium.”
Ook qua huisvesting gaat het niet langer. Dick: ,,Alles was verrot. Ik weet nog dat Lucifer kwam optreden, de band van Henny Huisman en Margriet Eshuijs. Begon het ’s middags ineens te hozen en binnen de kortste keren stond er een laag water op de vloer. Dat dak was zo lek als een zeef. Toen is een medewerker van ons een groot blauw bouwzeil gaan halen, dat hebben we eroverheen gehangen. En na wat hozen gingen we ’s avonds gewoon weer open.”
Het is duidelijk dat het afscheid van Midas nadert. Een uitvaart zoals Zappa kreeg, herinneren de heren zich niet. “Nee, er was geen afscheid,” zegt Dick. ,,Ik denk dat een hoop mensen het jammer vonden, maar het was gewoon niet meer te doen.” In 1982 opent opvolger Het Kasteel zijn deuren, op een mooie nieuwe locatie, gesponsord door de gemeente.
Een nieuwe tijd, met weer een ander, breder publiek. Het Kasteel ontwikkelt zich in de jaren tachtig en negentig tot een poppodium waar ook liefhebbers van metal, techno, hardcore en drum ’n bass aan hun trekken komen. ,,Bandjes kijken, het gevoel van livemuziek. Dat mis ik nog weleens hoor, die tijd,” zegt Dick. Ook Het Kasteel gaat uiteindelijk in 2012 failliet. ,,En wat heb je nu nog hier in Alphen? Ja, je kan naar Castellum, daar spelen wel bands. Maar het is allemaal veel cleaner, veel braver.” Keurig rood tapijt op de vloer, het geluid van brekend glas is ver weg.